Journaliste van De Volkskrant en Linda past de LSD-methode toe!

Eva Hoeke in gesprek met Jacqueline

Het begon allemaal in Lochem, een Gelders plaatsje aan de rivier de Berkel met een kerk in het midden, een kroeg ernaast en inwoners die in de volksmond koolhazen worden genoemd. Matthijs van Nieuwkerk woonde er, net als Adriaan van Dis en Jacqueline de Bree dus.

Jacqueline de Bree & Eva Hoeke
Jacqueline de Bree & Eva Hoeke

Op 24 oktober 1967 werd ze er geboren als dochter van Henk en Rita, echte Achterhoekers, maar Jacqueline gedroeg zich al vroeg vrijgevochtener dan de andere kinderen in het dorp. “Ik herinner me een tekenwedstrijd op de lagere school waarbij mijn klasgenootjes allemaal netjes binnen de lijntjes zaten te kleuren, en dat ik als enige buiten een gigantische stoeptekening zat te maken. Creativiteit en out-of-the-box denken zat er toen al in.” Of die keer dat er een wielerronde werd georganiseerd in het dorp, en Jacqueline een brief schreef naar de gemeente met de vraag of ze die dag spekjes mocht verkopen. Mocht niet, regelgeving, deed ze toch. Wat in haar kop zat, zat niet haar kont, kortom, en dat autonome – “Een beetje eigenzinnig ben ik wel, ja” – heeft ze altijd behouden. Komen we zo op terug.

Het leven in Lochem was fijn, leuk, creatief, lekker buiten spelen, rondrauzen. Als kers op de taart kreeg Jacqueline op haar elfde ook nog een zusje, Jessica. Maar het geluk is van korte duur, want twee jaar later overlijdt haar moeder aan longkanker – hoe dood en leven dicht bij elkaar kunnen liggen. Jacqueline: “Ze was al een tijdje ziekelijk, maar als kind heb je dat niet zo door. Ik zag haar juist als een enorm krachtige vrouw, heel doortastend, ondernemend. Eigenlijk dacht ik pas de laatste twee weken van haar ziekbed van: o nee, ze gaat écht dood.”
Door het overlijden van haar moeder wordt alles in één klap anders. “We kregen wel hulp omdat mijn zusje nog zo klein was, maar dat ging vroeger heel anders, heel klinisch eigenlijk. Er werd ook nauwelijks over de dood gesproken, het was echt een andere tijd. Dus kwam er veel op mij en mijn vader neer. Ik wilde er voor hem zijn omdat hij al zo verdrietig was, en met mijn zusje wilde ik regelmatig leuke dingen doen, op stap, ik voorop, zij achterop in de rieten mand. Dat ging op zich goed, maar de verantwoordelijkheid die ik voelde was natuurlijk niet normaal voor een meisje van dertien.”

De ommekeer kwam in de vorm van een nogal onorthodox artsengezin in Borculo, waar ze verliefd werd op de zoon des huizes. “Ik werd verliefd op hem, maar ik óok op dat gekke leven daar, waarin iedereen maar in en uit liep en het voor mijn gevoel altijd feest was. Ik viel als een blok voor dat vrije, dat luchtige, dat níet zware.” Dat niet zware was ook precies wat ze zocht toen ze een paar jaar later naar Amsterdam verhuisde, wég van dat Lochemse keurslijf. Jacqueline: “Inmiddels wonen er allemaal leuke mensen, maar toen was Lochem nog heel gesloten – achter de gordijnen werd flink gefluisterd.”

In Amsterdam begon ook haar carrière, eerst als organisator, daarna als accountmanager (de eerste vrouwelijke in dat bedrijf!) en daarna als projectmanager. Werkervaring had ze nog niet, lef des te meer. “Ik vond het leuk om dingen te regelen, voor elkaar te krijgen. En ik was ambitieus, wilde invloed uitoefenen.” Direct nadat haar dochter Lotte werd geboren ging ze verder studeren aan de Academie Mens & Arbeid, en het was daar dat het kwartje viel: dit is wat ze wilde doen, vanuit betrokkenheid mensen ondersteunen. “Ik vond het meteen machtig interessant, al die organisatiestructuren, waarom loopt iets wel, waarom loopt iets niet, waarom ontstaan er eilandjes binnen bedrijven… Ik wist meteen: hier ben ik goed in, dit ga ik doen.” Lachend: “Maar dan wel voor mezelf, dat kwartje viel ook vrij snel.”

Zo gezegd zo gedaan, en dus bestaat haar eigen bureau V.R.I.S. inmiddels alweer 10 jaar.

Droom uitgekomen?

Jacqueline, ineens bescheiden: “Ik denk heel vaak: ik ben dankbaar dat ik dit mag doen, zo voelt het echt. En waar mijn succes in zit… Tsja. Mijn EQ is vrij hoog. Ik kan ergens binnenkomen en meteen voelen wat er nodig is. En verder heeft het toch met vertrouwen te maken, denk ik. Ik wek het, en gééf het. Net zolang totdat iedereen durft te zeggen wat ‘ie écht wil zeggen, want alleen dan kan je dingen verbeteren.”

Wat helpt is dat ze even makkelijk praat met de monteur als met de CEO – “Daardoor accepteren de meesten vaak snel wat ik zeg, terwijl je de vinger wel degelijk op de zere plek legt” – en haar niet lullen maar poetsen mentaliteit. “Als iets niet werkt schakel ik ter plekke. Dan zeg ik wacht, we gaan naar buiten, even iets anders doen. Dat klinkt simpel, maar dat moet je wel durven.”

Tel daarbij op dat ze altijd haar eigen koers vaart en we zien het positieve resultaat van die akelige gebeurtenis in haar jonge leven, en de ferme vrouw die ze daardoor al zo vroeg moest worden. “Dat ferme heb ik inderdaad overgehouden aan het overlijden van mijn moeder, maar ik heb ook gemerkt dat die kracht je valkuil kan zijn. Voor mij is het niet snel goed. Als ik een hele dag in touw ben geweest kruip ik ’s avonds toch weer achter de computer om te kijken of de groep wel inspiratie heeft ervaren. Die betrokkenheid voor ieders ontwikkeling is op zich goed. Als je echter altijd alleen maar doorzet ga je op een gegeven moment over je eigen grenzen heen. Ik heb echt moeten leren om mezelf op tijd terug te fluiten.”

En als zij het niet doet, doen haar man Mark en dochters Lotte (21) en Lieke (17) het wel. Lachend: “Kom ik ’s avonds thuis, kaarsjes aan, lekker koken, zitten we aan tafel en heb ik ergens een opmerking over, zeggen ze: ‘Ja-haa mam, we gaan nu niet de V.R.I.S. methode doen, hoor.”

Lekker Lochems, niks mis mee.